Veel hardlopers vragen zich af hoe het is om langer dan een marathon hard te lopen. Hoe voelt het als je niet stopt na 42,2 kilometer, maar doorgaat naar 50, 80, 100 of zelfs meer dan 120 kilometer? Na mijn ultraloop van Den Helder naar Scheveningen kan ik zeggen dat het antwoord veel minder over hardlopen gaat dan de meeste mensen denken.
Natuurlijk draait het om kilometers maken, maar uiteindelijk gaat het vooral over beleven, aanpassen, genieten, afzien en accepteren dat geen enkele ultradag verloopt zoals je vooraf bedenkt. Voor wie nieuwsgierig is naar deze bijzondere tak van de sport heb ik eerder al uitgebreid geschreven over ultralopen, maar deze tocht gaf opnieuw een heel ander perspectief op wat er gebeurt wanneer je urenlang onderweg bent.
Deze tocht leverde uiteindelijk een nieuw persoonlijk afstandsrecord op van 128 kilometer. Slechts zeven kilometer verder dan mijn vorige record van 121 kilometer, maar iedere ultraloper weet dat zeven kilometer aan het einde van een ultra heel anders voelt dan zeven kilometer aan het begin van een training.
Dit is de activiteit in Strava:
Volg me gerust 🙂
Waarom ik opnieuw langer dan een marathon wilde hardlopen
Een jaar eerder liep ik samen met Kobus als coach al een kustultra. Toen vertrok ik vanuit Hoek van Holland richting het noorden. Deze keer wilde ik het precies andersom ervaren. De wind kwam uit het noorden en bovendien leek het me mooi om de Nederlandse kust vanuit een compleet ander perspectief te bekijken. Het is verrassend hoeveel verschil een andere looprichting maakt. Plaatsen die je kent voelen ineens nieuw, landschappen zien er anders uit en je kijkt letterlijk met andere ogen naar dezelfde kustlijn.
De voorbereiding was overigens niet bijzonder ingewikkeld. Ik vroeg aan Kobus wanneer hij tijd had. Hij antwoordde dat hij binnenkort op vakantie ging. Dus besloten we dat dit hét moment moest zijn. Niet bepaald een trainingsschema uit een handboek, maar soms ontstaan de mooiste avonturen spontaan. Toch wordt de basis voor zo’n dag natuurlijk gelegd in jaren van consistente training, veel kilometers maken en ontdekken hoe jouw lichaam reageert op steeds langere afstanden.
Ik had vooraf geen groot tijdsdoel. Geen streeftempo. Geen ambitie om records te verbreken. Ik wilde vooral een prachtige dag beleven langs de Nederlandse kust en opnieuw ervaren hoe het voelt om langer dan een marathon hard te lopen.
Een slimme beslissing nog vóór de start
Het avontuur begon eigenlijk al de avond voor de start. Kobus kwam met een simpel maar briljant idee. In plaats van midden in de nacht vanuit huis naar Den Helder te rijden, besloten we al eerder richting het noorden te vertrekken en op een camperplaats te overnachten. Daardoor konden we nog een paar uur slapen en hoefden we niet eerst uren in de auto te zitten voordat de ultraloop überhaupt begon.
Achteraf gezien was dat misschien wel de beste beslissing van de hele dag. Wie langer dan een marathon wil hardlopen, leert namelijk al snel dat energie besparen minstens zo belangrijk is als energie verbruiken. Iedere minuut slaap die je kunt pakken en iedere vorm van stress die je kunt vermijden helpt wanneer je van plan bent een hele dag onderweg te zijn.
Toen de wekker ging voelde ik me verrassend fris. Natuurlijk wist ik dat er een enorme afstand voor me lag, maar juist doordat we al in Den Helder waren voelde alles ontspannen. Geen gehaast, geen nachtelijke autorit, gewoon rustig opstaan, spullen pakken en vertrekken.
Hardlopen bij zonsopkomst met Texel op de achtergrond
Even na drie uur stond ik buiten. Nederland sliep nog. Ik wilde nog één keer richting Texel kijken voordat ik vertrok. Onze vrienden wonen daar en ergens voelde het goed om de dag op die manier te beginnen. In de verte lag het eiland als een donkere schim tegen de horizon. Meeuwen vlogen krijsend over terwijl de lucht langzaam veranderde van donkerblauw naar oranje, roze en paars.
Die eerste kilometers waren misschien wel de mooiste van de hele dag. Ik hoorde alleen de meeuwen, zag Texel rechts van me liggen en verder was er niemand. Geen verkeer, geen fietsers en geen wandelaars. Alleen ik, de zee, de duinen en een lange dag die nog moest beginnen.
Ik liep langs de enorme duinen die Nederland beschermen tegen de Noordzee. Het voelde alsof ik de enige persoon op aarde was. Ondanks het vroege tijdstip trok ik mijn jasje al snel uit, want het voelde direct al warm. Achteraf bleek dat een voorbode voor wat nog zou komen.
De rust van die eerste uren staat nog steeds op mijn netvlies. Het geluid van de zee, het ochtendlicht en de wetenschap dat je een complete dag voor je hebt. Dat zijn momenten die je tijdens een gewone training of zelfs tijdens een marathon nauwelijks meemaakt. Ik weet nog dat ik af en toe bewust omkeek richting Texel. De kleuren werden steeds mooier, het ochtendlicht werd sterker en de meeuwen bleven overvliegen. Het voelde alsof de hele dag nog open lag en alles mogelijk was.
De kust ziet er anders uit als je hem andersom loopt
Een van de dingen die me opnieuw opviel was hoeveel verschil het maakt om een route in tegenovergestelde richting te lopen. Plaatsen die ik kende van de vorige kustultra voelden ineens anders. Ik keek naar dezelfde kustlijn, maar beleefde haar op een compleet nieuwe manier.
Onderweg werd ik opnieuw herinnerd aan hoe mooi Nederland eigenlijk is. Bergen blijft voor mij een van de mooiste woonplaatsen van het land. Ook Noordwijk maakte indruk en Katwijk blijft een plek waar altijd iets gebeurt.
Het mooie van een kustultra is dat Nederland voortdurend verandert. Geen kilometer is hetzelfde. Je loopt door natuurgebieden, langs badplaatsen, over fietspaden, door duinen en soms direct langs het strand. Juist die afwisseling zorgt ervoor dat de uren voorbij vliegen. Natuurlijk voel je de afstand, maar tegelijkertijd blijf je nieuwsgierig naar wat er achter de volgende bocht ligt.
Een spontane meeloper en bijzondere ontmoetingen onderweg
Wat deze ultraloop extra bijzonder maakte waren de mensen onderweg. De eerste meeloper kende ik vooraf niet eens. Hij vertrok letterlijk vanaf zijn voordeur op het moment dat ik langskwam en besloot spontaan een flink stuk mee te lopen. Dat soort ontmoetingen zijn typisch voor ultralopen. Je begint als onbekenden en eindigt uren later met gesprekken die normaal gesproken maanden nodig hebben om te ontstaan.
Later sloot Aart aan. Nog later fietste Quinn mee. Dat soort gezelschap geeft ontzettend veel energie tijdens een lange dag. Niet omdat je er fysiek harder van gaat lopen, maar omdat je hoofd weer even met iets anders bezig is dan de volgende kilometer. Dit lijkt wel veel op hoe ik eerder de ervaring had na 120 km hardlopen.
Wat mij altijd opvalt tijdens ultralopen is hoe belangrijk gezelschap kan zijn. Niet omdat je minder moe wordt, maar omdat je even uit je eigen hoofd wordt gehaald. Zeker na tientallen kilometers kan dat een enorm verschil maken.
De warmte en de Marathon des Sables maakten het zwaar
Hoewel ik vooraf wist dat het warm zou worden, had ik onderschat hoe klam de omstandigheden zouden zijn. Al vanaf de eerste kilometers liep het zweet over mijn gezicht. Normaal vertrek ik met een hartslag rond de 110 zonder dat ik echt zweet. Nu liepen de druppels na een paar kilometer al over mijn wangen en toen wist ik eigenlijk al dat dit geen makkelijke dag zou worden.
Daarnaast merkte ik dat de Marathon des Sables die ik eerder liep nog veel meer in mijn benen zat dan ik vooraf had gedacht. Ik wilde dat eigenlijk niet toegeven. Ik voelde me fit en had ontzettend veel zin in deze kustultra, maar ergens onderweg werd duidelijk dat de rekening van de woestijn nog niet volledig was betaald.
Tijdens de veertigste editie van de Marathon des Sables was de beroemde long stage geen tachtig maar honderd kilometer. Die honderd kilometer heb ik vrijwel volledig hardlopend afgelegd. Hardlopend volgens de definitie van de Marathon des Sables natuurlijk, want dat tempo ligt behoorlijk lager dan het tempo waarop ik ooit een marathon onder de drie uur liep. Toch vraagt zo’n afstand enorm veel van je lichaam. Misschien meer dan ik vooraf had beseft.
Mijn zware moment kwam veel eerder dan verwacht
Tot ongeveer vijftig kilometer voelde alles nog redelijk gecontroleerd. Natuurlijk merkte ik de warmte en natuurlijk wist ik dat de Marathon des Sables nog ergens in mijn benen zat, maar ik had nog steeds het gevoel dat ik de dag redelijk goed onder controle had.
Dat veranderde ergens vóór kilometer zestig. Voor het eerst merkte ik dat ik na een korte stop niet automatisch weer in een hardlooppas terugviel. Ik wandelde eerst een paar passen voordat ik weer op gang kwam. Dat klinkt misschien onschuldig, maar voor een ultraloper zijn dat belangrijke signalen.
Tijdens mijn vorige kustultra gebeurde dit pas ruim na de honderd kilometer. Die ervaring beschreef ik eerder uitgebreid in mijn verslag over 120 kilometer hardlopen. Nu gebeurde het tientallen kilometers eerder.
Ik had gehoopt dat dit moment pas rond kilometer zeventig of vijfenzeventig zou komen, maar diep van binnen wist ik al dat de combinatie van warmte, vochtigheid en de nog niet volledig verteerde Marathon des Sables hiervoor verantwoordelijk was.
Wat ik leerde in de Sahara
Tegelijkertijd maakte ik me er minder druk om dan vroeger. Tijdens de Marathon des Sables heb ik geleerd dat wandelen geen teken van zwakte is, maar simpelweg onderdeel van ultralopen. Soms levert één minuut wandelen meer op dan tien minuten koppig blijven dribbelen.
Sterker nog, tijdens die race in de Sahara heb ik geleerd dat vooruit blijven gaan veel belangrijker is dan de manier waarop je dat doet. Misschien zorgde die ervaring er zelfs voor dat ik nu eerder bereid was om een paar wandelpassen toe te laten. Toch wist ik toen al dat dit een zware dag zou worden.
Wat eet je als je langer dan een marathon loopt?
Een van de meest gestelde vragen over ultralopen gaat over voeding. Mijn strategie is eigenlijk heel simpel: eet wat werkt en vooral wat je lekker vindt.
Ik liep met twee softflasks, eentje gevuld met morgendrank en eentje met water zodat ik kon afwisselen. In de begeleidingsauto van Kobus lagen broodjes kaas met mosterd, krentenbollen, zoute noten, sinas en recovery drink.
Mijn voedingsstrategie verloopt vrijwel altijd hetzelfde. Eerst probeer ik zo lang mogelijk vast voedsel te eten, daarna stap ik over op repen en als het echt zwaar wordt op gels. Natuurlijk moet je voldoende calorieën en zout binnenkrijgen, maar uiteindelijk draait het erom wat jouw maag accepteert na vele uren inspanning. Op HRDLPN hebben we daarom ook een compleet dossier over sportvoeding verzameld voor hardlopers die langere afstanden willen lopen.
De bananenmilkshake die de dag redde
Toen ik het echt moeilijk kreeg ontdekte ik onverwacht de perfecte sportvoeding van die dag. Ik liep ergens naar binnen en bestelde een bananenmilkshake. Dat bleek een gouden zet, want hij was koud, zoet, verfrissend en precies wat mijn lichaam op dat moment nodig had.
Sterker nog, hij smaakte zo goed dat ik later op de dag nog een tweede kocht. Soms zit de perfecte sportvoeding niet in een dure verpakking. Soms zit die gewoon in een grote beker bananenmilkshake.
De rol van schoenen en materiaal tijdens 128 kilometer
Bij langer dan een marathon hardlopen merk je pas echt of je materiaal klopt. Een schoen die tijdens een korte training prima voelt, kan na zestig of tachtig kilometer ineens gaan irriteren. Een rugzak die normaal nauwelijks opvalt, kan na uren zweten toch gaan schuren. Juist daarom wil ik tijdens een ultra vooral spullen gebruiken die ik al vertrouw.
Goede schoenen maken een ultra niet vanzelf makkelijk, maar slechte schoenen kunnen hem wel onnodig zwaar maken. Comfort, pasvorm en betrouwbaarheid worden steeds belangrijker naarmate de afstand langer wordt. Wie zelf droomt van een marathon, trail of ultra kan daarom veel hebben aan een goed overzicht van de beste hardloopschoenen, al blijft de belangrijkste regel altijd dat je schoenen moet kiezen die bij jouw voeten en loopstijl passen.
Een WhatsApp-groep leefde de hele dag mee
Wat deze dag extra bijzonder maakte was hoeveel mensen meeleefden. Er was speciaal een WhatsApp-groep aangemaakt waarin Kobus regelmatig updates plaatste over hoe het ging.
In het begin zag ik er nog redelijk fris uit. Naarmate de uren verstreken werd dat beeld steeds minder overtuigend. Mijn gezicht werd vermoeider, mijn kleding steeds zouter en mijn uiterlijk steeds meer dat van iemand die al een hele dag onderweg was.
Maar tegelijkertijd zag ik op die foto’s ook iets anders. Ik zag iemand die bleef doorgaan, iemand die genoot en iemand die wist dat hij bezig was met een bijzondere dag. Het was natuurlijk steeds minder fraai en steeds meer vervrommeld, maar wel blij en trots dat ik al zo ver was.
Aart, Quinn en de kracht van gezelschap tijdens een ultra
Aart liep een mooi stuk mee en Quinn fietste mee. Dat was veel waard, zeker op een moment waarop de dag al lang bezig was en de kilometers steeds zwaarder begonnen te tellen. Je praat wat, maakt een grapje, deelt hoe het gaat en voor je het weet zijn er weer kilometers voorbij.
Dat klinkt misschien simpel, maar na tien of twaalf uur onderweg kan dat precies het verschil maken tussen blijven genieten en alleen nog maar bezig zijn met overleven. Juist dat sociale stuk maakt lange loopavonturen voor mij zo bijzonder. Het is jouw lichaam dat de kilometers maakt, maar zo’n dag beleef je nooit helemaal alleen.
Waarom Scheveningen uiteindelijk de finish werd
Mijn oorspronkelijke plan was om verder te komen. Sterker nog, ergens bleef Hoek van Holland in mijn hoofd zitten. De afstand van Den Helder naar Hoek van Holland is ongeveer 130 kilometer, maar door mijn route door de duinen liep ik veel extra meters en had ik inmiddels ook al meer dan vijfhonderd hoogtemeters verzameld. Veel meer dan je misschien zou verwachten tijdens een Nederlandse kustloop.
Aart kwam onderweg met de gouden tip om een deel over het strand te lopen. Mijn route liep eigenlijk door het kustgebied en duingebied, maar daar maak je ongemerkt veel extra meters. Over het strand kon ik de route iets logischer en directer houden.
Ondertussen hoorde ik dat mijn broer toevallig in Scheveningen was. Langzaam begon dat als een logisch eindpunt te voelen. De warmte, de extra kilometers, de hoogtemeters en de nog aanwezige vermoeidheid van de Marathon des Sables maakten uiteindelijk dat Scheveningen de juiste keuze werd.
En eerlijk gezegd voelde dat totaal niet als opgeven. Het voelde als een overwinning.
Een nieuw persoonlijk record van 128 kilometer
Mijn verste ultraloop stond tot deze dag op 121 kilometer. Deze kustultra eindigde op 128 kilometer. Op papier klinkt zeven kilometer extra misschien niet indrukwekkend, maar iedere ultraloper weet dat de laatste zeven kilometer van een ultra totaal anders voelen dan de eerste zeven kilometer van een training.
Die extra zeven kilometer leverden een nieuw persoonlijk record op en daar ben ik ongelooflijk trots op. Ooit gaat het verder worden dan 128 kilometer. Daar twijfel ik geen seconde aan. Maar voor nu voelt dit record precies goed.
Wat ik leerde van langer dan een marathon hardlopen
Als mensen vragen hoe het is om langer dan een marathon hard te lopen, dan denk ik terug aan deze dag. Aan Texel in de verte, de meeuwen boven de duinen, de warmte, de vroege wandelpassen, de bananenmilkshakes, Kobus, Aart, Quinn en de WhatsApp-groep die de hele dag meeleefde.
Wat uiteindelijk blijft hangen zijn niet de cijfers, maar de herinneringen.
- Een ultraloop verloopt nooit zoals gepland.
- Warmte kan zwaarder zijn dan afstand.
- Wandelen hoort bij ultralopen.
- Goede begeleiding maakt een enorm verschil.
- Eet vooral wat je lichaam op dat moment accepteert.
- Gezelschap onderweg geeft mentale energie.
- Goede schoenen en vertrouwd materiaal worden steeds belangrijker naarmate de afstand langer wordt.
- Een persoonlijk record voelt ook bijzonder als het maar zeven kilometer verder is.
Mijn reis naar de wereld van de ultra begon ooit met een gewone marathon, groeide via steeds langere afstanden uit tot ultralopen en bracht me uiteindelijk naar dagen als deze. Dagen waarop je ontdekt dat er achter die bekende marathongrens nog een hele nieuwe wereld ligt.
Juist dat avontuur is wat hardlopen voor mij zo bijzonder maakt. Of je nu zoekt naar praktische informatie over trailrunning, inspiratie voor je volgende loopdoel of gewoon verhalen van andere lopers: uiteindelijk draait het om buiten zijn, grenzen verleggen en onderweg iets meemaken. Daarom deel ik dit soort verhalen ook graag binnen onze rubriek loopinspiratie.
Terwijl ik dit schrijf overheerst vooral dankbaarheid. Dankbaarheid voor een prachtige dag langs de Nederlandse kust, dankbaarheid voor Kobus en iedereen die heeft meegeleefd en dankbaarheid dat ik opnieuw heb mogen ervaren hoe bijzonder het is om langer dan een marathon hard te lopen.








